Plannen 2017

Op 12 juli ga ik opnieuw op tocht . Deze keer wordt het een camino in Noord-Frankrijk, van Rocroi aan de Belgische grens tot Vézelay in Bourgondië. Op die manier zal ik heel Frankrijk doorkruist hebben, in stukken weliswaar: in 2011 van Le Puy-en-Velay naar St-Jean-Pied-de-Port ( zie blog http://www.bloggen.be/anne_als_pelgrim ), in 2015 van Vézelay naar Le Puy-en-Velay en nu dus van de Frans-Belgische grens naar Vézelay. Deze pelgrimsweg heet de Via Campaniënsis en loopt door de Champagnestreek langs Reims en Troyes. Ik kijk er al naar uit! Nieuw dit jaar – ik beken het maar – is mijn mini iPad, een poging om gemakkelijker op de blog te geraken. Zo ben ik niet afhankelijk van het feit of er in de gîte een computer staat. Anderzijds, zal het mij wel lukken om via WiFi internettoegang te krijgen? Groot vraagteken! Spannend!

Op 3 juni stap ik de 25 km van de Molentocht, georganiseerd door Hanske De Krijger, de wandelclub van Oudenaarde. Ik oefen met flessen water in de rugzak: 12 kg, een behoorlijk gewicht. Wandelen in eigen streek: zalig!
Glooiende weiden en akkers met hier en daar boompartijen. Zelfs nieuwe paadjes ontdekt in mijn dorp Mater! De vlier bloeit en geurt volop. Goudgroene rogge, wiegend in de wind. Tarwevelden met de korenaren fier rechtop. Kamille en klaprozen in de bermen ( er zijn er opvallend veel meer nu er geen glyfosaat meer gebruikt wordt!)
In de tuintjes: een weelde aan rozen.
Op de grens van Horebeke en Schorisse ( Maarkedal) staat een wereldboom, de 1ste wereldboom die in Vlaanderen erkend werd. De’ grote meneer’ is een 100-jarige zomereik die nu beschermd is. Hij mag hier oud worden, héél oud. Gezien van op de paalcamping dichtbij, staat hij majestueus op de voorgrond met erachter het panorama van de Vlaamse Ardennen. Wereldboom Schorisse
Tere, lichtgele bloempjes ( vlasbekjes? ) te midden van het zomerse groen. Anderhalve km misgelopen in Schorisse … Kabbelende beekjes in het natuurgebied, het bos ’t Burreken. Een enkele vlasakker ( hij staat nog niet in bloei)
16 hellingen! Jammer dat ik mijn wandelstokken niet bij me heb. Toch blij dat de kerktoren van Mater weer in zicht is! Oefentocht: en of !!! ( 29 km is het geworden! )

Advertenties

Terug naar huis !

In rukjes geslapen, moe genoeg! Heb geprobeerd te concurreren met mijn snurkende kamergenoot ! Te verwaarlozen, hij wint met stip!

Mijn rugzak weegt ( zonder water) 7,8 kg. In de luchthaven een fles porto gekocht voor Roland. Met 20 min vertraging vertrokken. Brussels Airlines is de officiële vliegtuigmaatschappij van de Rode Duivels. Via een filmpje geven zij de instructies in het Engels. Geland, gespoord. Veilig thuis bij Roland.  Vanavond bouillabaisse!

Het was een mooie camino portugués van Lissabon naar Porto. Geen druppel regen gehad. Niet te heet om te stappen ( het is in België véél heter op dat ogenblik). Fatima heeft een onuitwisbare indruk nagelaten. Het wijsje van Fatima was mijn begeleidend lied deze keer. Vanaf Sernadelo het caminogevoel. Er zijn dit jaar minder pelgrims op deze route dan vorige jaren. Portugal is een gastvrij land. De mensen hier wensen je:  ” Bom caminho! Bom viagem!”. Jammer dat ik geen Portugees spreek, ik ken alleen ” obrigada” (= dank je wel) en dat komt van pas! Waar er geen albergue of pension is ben je welkom ( bem vindos) bij de bombeiros voluntarios ( pompiers) voor een donativo.

Veel door dennen-en eucalyptusbossen gewandeld. Zelfs door een verbrand bos! Soms ook langs lokale wegen met verkeer op de piekuren. Meestal stap ik links, bij een korte bocht is het veiliger rechts. Bergop, bergaf, dus ook mooie landschappen. Langs velden en wijngaarden. Op kasseistraatjes. In volkscafés gerust. En overal azulejos die je vertellen hoe ze hier vroeger leefden of wie ze vereren ( O-L-V van Fatima en Sint-Antonius, heel vaak afgebeeld met een kind op zijn arm).

Wordt vervolgd volgend jaar! ( camino de la costa uit Porto).

Nog een groet op het ritme van mijn stokken:

Lisbalvercazamsantarminfatcax!

Ansconcoseragüepinheirlouport ! ( Ansiao, Condeixa-a-Nova, Coimbra,Sernadelo, Agüeda, Pinheiro da Bemposta, Lourosa, Porto)

Aan alle volgers: hartelijk dank voor de aanmoedigingen en tot in 2019! En aan Roland: dank je wel dat ik 16 dagen de camino mocht stappen in Portugal. Het was leuk onze zesdaagse in Lissabon. Zo heb je ook een beetje de sfeer van Portugal opgesnoven! En de dagelijkse telefoontjes ’s avonds deden mij echt deugd. Obrigada !!!!

Naar Porto, 25 km, zonnig, 32°

Afscheid genomen van Marta, Ela en Pjotr. Hij stapt verder naar Santiago, de meisjes wandelen nog 2 dagen en keren dan naar Polen terug.

Om 7.10 u vertrokken. Manuel had het goed uitgelegd gisteren . Nog even langs de N1, en aan een V—splitsing rechts richting Vergada. Toch een opluchting als je weg kan van de grote weg. Op een heuveltop heb je zicht op het ingewikkelde wegennet rond Porto en heel in de verte een wazige zee!

Onder de IC-24 en de A1 door. Sedert gisteren ook af en toe een horreo, een graanschuurtje op poten , zoals in Galicië. De camino loopt rond de muur van het 13de eeuwse klooster San Salvador in Grijo. Klop en er wordt opengedaan … Lukt niet, misschien nog te vroeg. Wel rustig zitten in de toegangsdreef onder de eiken en lindes.

Een fruitsapje in Perosinho. Klaar voor de laatste klim. Een Romeinse weg met grote plavuizen. De fietsende pelgrims zien af. Te voet kan je af en toe uitblazen onder de eiken. Een onverhard pad door het bos. De eucalyptusgeur goed opgesnoven, zoals de karatespelers deden gisteren.

In Canelas is het lagere schooltje moeten wijken voor de aanleg van de A29. De 2 toegangspoorten staan er nog als herinnering. Onder de A1. Vanaf het rondpunt stappen door Vila Nova de Gaia. De tweelingsteden Porto en Gaia ( Portus en Cala voor de Romeinen) aan weerszijden van de Douro hebben hun naam gegeven aan het land: Portugal. Niet afdalen langs de moderne avenida Republica, maar langs de volksere straat Doutor Francisco Sé Carneiro. Gepicknickt onder platanen. 2 zigeunervrouwen wassen hoofd , handen en voeten in een fontein. De pijlen blijven volgen tot op de brug Luis I over de Douro, ontworpen door Gustave Eiffel. De auto’s rijden beneden, voetgangers en de tram-metro boven. Aangrijpend om Porto te zien liggen in de hoogte, doel van mijn eerste stuk camino portugués!!! Mij vermannen om over de brug te stappen (hoogtevrees!)

Eerst de kathedraal bezocht. Je kan de rugzak aan de balie laten staan. Net zoals in Lissabon en Coimbra een romaanse versterkte kerk met kantelen, in latere tijden aangepast. Een gotische kloostergang met azulejos en een moo St-Jakobsbeeld in de kapittelzaal. Daarna op zoek gegaan naar een pensionnetje. Ik loop wat verloren tussen de massa’s toeristen en heb ook geen zin in een dure hotelkamer. Om 5.50 u een kamer van 4 gevonden in Duas Naçoes. Oei, er ligt al iemand stevig te snurken … Afwachten wat dat wordt vannacht. De camino blijft spannend!

’s Avonds eerst mijn metrokaartje gekocht in Sao Bento. Voor de luchthaven heb je een 4-zonerit nodig. Een hulpvaardige bediende schrijft voor mij het parcours op. In Trinidad overstappen naar de metro voor de luchthaven. Daarna aan de oever van de Douro beland. Het ruikt er lekker maar de visrestaurantjes hier zijn nogal prijzig en ik moet nog helemaal de heuvel op tot Praça Guilherme Gomes Fernandez. Lekker gegeten op het pleintje voor mijn pension. Een portootje op de goede afloop! Kabeljauw op de wijze van Braga ( met ajuinsaus en gebakken patatjes) en kamomillethee. Slaap wel !?!

Naar Lourosa, bewolkt ‘s morgens, zonnig na de middag, 28 km, 28° met een briesje

Om 7.15 u vertrokken. Motregen. De watermolen lag werkelijk heel afgelegen. Maar het was er heerlijk toeven. Wel veel watergeklater ‘s nachts, we sliepen in het goed bewaarde molengedeelte. Veel bronnen in de streek. Mooie huizen in het historische centrum van Pinheiro da Bemposta. Het stadje herdenkt de Portugezen van hier die in de loopgraven van ‘14-18 gevochten hebben. 9 u. Het hele wijsje van Fatima vanaf de kapel van Besteiros.

Veel bergaf, bergop vandaag. In Oliveira de Azeméis festival van de vogelverschrikkers. In kleurige sjieke kostuums of eenvoudige boerenplunje kijken de strooien poppen je aan vanop de balkons van de herenhuizen van de brasileiros, rijke emigranten die terugkwamen uit de kolonie. Leuk! een Romeinse mijlpaal aan de kerk. Ze staat uitnodigend open. Af en toe over de spoorweg. Het is geen verlaten spoorlijn, er rijdt welgeteld één trein per dag!

Santiago de Riba-Ui heeft een kerkje gewijd aan Santiago. Weer meer kerken en huizen met azulejos. Klimmen naar Sao Joao de Madeira, een grote stad. Brede lanen met platanen. Schaduw!. Gepicknickt in een bar aan een grote fontein. Een Romeinse mijlpaal aan de kerk. Toegekomen langs de moderne wijken, de stad verlaten via in de steek gelaten bedrijven, industriële archeologie. Sao Joao was bekend voor zijn hoeden- en schoenenfabrieken en is nog steeds een zeer bedrijvige stad. Ook het kerkje van Arrifana is open.

Dalen, klimmen … ik zal de 3 km langs de N1 maar verzwijgen ( wel een veilig trottoir). Ik vertrouw erop dat er mij nog iets goeds zal overkomen. Een kamillethee in een café, platte perziken gegeten.

Weer genieten, een kasseistraatje, een stukje originele Romeinse weg, een onverhard pad. Om 6 u vraag ik een Portugees koppel de weg naar de bombeiros. Is dat treffen! Manuel heeft zijn hele leven in Zimbabwe gewerkt en is net met pensioen terug in zijn geboorteland. Hij is zelf een verwoed Santiagoganger en wandelt de resterende 35 minuten met me mee . Heel vriendelijke bombeiros voluntarios in Lourosa. De Poolse jongeren zijn hier al, ik ben de 4de die Manuel naar de bombeiros gebracht heeft. Van 7 tot 9 u wordt de zaal gebruikt door de plaatselijke karateploeg voor training. Ik denk meteen aan Joene, mijn kleinzoon van 12 die judo volgt als hobby. Kreten, bewegen en stilstand. …

Gegeten in de MacDonalds vlakbij. Ik word geholpen om te bestellen aan de automaat. Bereidwillige jonge klanten tonen mij waar ik moet betalen, waar ik de bestelling kan afhalen en hoe ik aan bestek geraak. Joene zou meewarig glimlachen om zo veel onkunde bij zijn oma.

Geen WiFi vandaag ( ik gebruik liever niet de onbeveiligde wifi in MacDonalds, want mijn keyboardje werkt met Bluetooth dus beter niet. Roland had mij dat laten weten.)

Utip nog gezien bij de koffiepauze in Oliveira de Azemeis daarna niet meer. Morgen mijn laatste stapdag!

Naar Pinheiro da Bemposta, 29 km, bewolkt met opklaringen, 24 °

We slapen in 4 kamers, elk met 2 stapelbedden. In totaal zijn we met zijn achten. Wakker geschrokken om 12.30 u ‘s nachts: knallen van vuurwerk. Einde van het paraplufestival. Het begon allemaal in 2011 met een ludiek project van een Japanse kunstenaar. Onmiddellijk groot succes! De paraplu’s hangen er van juni tot september. Ze worden aan stalen draden boven de smalle straten opgehangen. Door een briesje wind gaan ze bewegen en krijg je een mooi effect. En de zon zorgt voor schaduwen die steeds veranderen. Een kleurig zonnescherm en je wordt er vrolijk van!

De andere pelgrims staan in stilte vroeger op. Vertrokken om 6.55 u. De haan is al schor gekraaid. Het is nog rustig langs de N1. Zelfs hier zijn de huizen versierd met parapluutjes. Geen banaan vandaag, ik heb nog druiven en droge koekjes. Door de dorpjes Mourisca do Vouga en Trofa. De Poolse jongeren, Marta, Ela en Piotr halen mij in. Gemakkelijk met enkele pelgrims voor jou: je hoeft niet meer te zoeken naar de pijlen. Een mevrouw duwt een stootkar met 2 lege manden op weg naar haar moestuin. Ze stoot tegen de stoeprand en glimlacht ‘Bom dìa’. Oei! We moeten de drukke N1 oversteken. Over een oude Romeinse dijk tusssen 2 uitgestrekte vijvers. Weer de N1. Nu een superlange (0,5 km) brug boven de Rio Vouga, een zijrivier van de Douro. Wat ben ik blij dat ik hier niet alleen stap met mijn hoogtevrees!

Een mevrouw op stap met haar 7 schapen in Serem. Geen hond bij haar. Een breed bospad. Allemaal jonge eucalyptussen. Geen hoge dennen te bespeuren!… De eucalyptussen zijn met blauw nylon touw aan een paaltje bevestigd, 3 per paaltje. De 2 verste met schuine touwen. Een gek zicht.

Over de A 25. Een hypermarkt net voor Albergaria-a-Velha. Op de autoparking staan grote zeilen gespannen boven de auto’s. Het stadje is 900 jaar geleden gesticht ( in 1117 ) door Rainha ( = koningin )  D. Teresa. Dat is meteen ook de naam van de albergue hier. Wat gerust.  De klok slaat 12 u. Inderdaad beter om door te stappen. De pompiers ( bombeiros) rijden voorbij en toeteren naar alle pelgrims.

Onder de N1 . De stokken klinken hol. Heel alleen door het bos. Een eenzame eik en den tussen al die eucalyptussen. Hagedissen. Zelfs geen krekels.

Een dorpsstraat door in Albergaria-a-Nova. Ruziënde kaartspelers in het café. Ik verga van de honger. Goed, ik picknick hier. De cafés zijn dungezaaid. Ik zet een stoel en een krukje ( = mijn tafel) op straat, mijn pint op de stoep om ze niet om te stoten, en mijn voeten op mijn rugzak. Het smaakt heerlijk, hoewel … zeker geen plekje aanbevolen door Trip Advisor! De Polen komen voorbij en later ook Utip. Het laatste stuk van de tocht wandelen we samen. Hij was met zijn dochter vertrokken in Lissabon, maar had last van garnalenallergie. Utip ging naar Coimbra met de trein. De dag daarna werd zijn dochter ziek, zij wacht op hem in Porto. Daarna stappen ze samen verder. En ook zijn vrouw is verslaafd aan de camino. Vandaag laat ze hem weten dat ze afreist naar St-Jean-Pied-de-Port. Ze wil stappen tot Burgos. Ze zal haar man en dochterlief weerzien in Santiago … Een heel gezin Santiagoverslaafden.

Een moderne kerk in Branca ( die voor de verandering eens open staat). Naast een niet meer gebruikte spoorlijn. We logeren in een watermolen in Pinheiro da Bemposta. Plaats voor 10 pelgrims, we zijn met zijn negenen. Voor de eerste keer deze camino slaap ik boven in het stapelbed. Een warme maaltijd kan je hier niet krijgen in the middle of nowhere maar je kan spaghetti koken met ajuin en tomatensaus ( uit blik). Een vegetarische schotel OK. We eten allemaal om beurt in de kleine keuken, een  pak spaghetti voor Utip en mij…

Conclusie: vandaag was de N1 net iets te alomtegenwoordig!

Naar Agueda, meer dan 24 km, bewolkt, zonnig na 11 u, 27 °

Om 7.10 u vertrokken. Een grote kudde schapen ( vooral zwarte) , gedreven door 3 vrouwen in fluohesjes kruist mijn pad. Onbewust volg ik de kudde, van op een afstand, want een herdershond blijft achter. Maar schapen lopen de camino niet! Het hele dorp doorkruist … geen enkele pijl. Teruggekeerd. Uiteindelijk had ik het straatje waar de kudde u!t kwam moeten nemen.

Door een bos. Geweerschoten in de verte. Wordt er gejaagd op zondag? Langs een kiwiplantage en wijngaarden. Papieren wit-blauwe slingers aan de kapel van Aguim. Een vrouw op een motorfiets met een enorme bos bloemen aan haar voeten. Voorbij het enorme sportcomplex van Anadia. Nog geen achtiviteiten op zondagochtend… Een oud, kromgelopen heertje met een plastic zak vol bloemen uit zijn tuin sukkelt de helling op naar het kerkhof. Hij doet teken dat hij doof is …

Ik heb geluk. Het café in Alfeloas gaat net open als ik er voorbij kom. De eigenares, Jacqueline uit Mulhouse vertelt haar levensverhaal. Ze is hier komen wonen omdat haar dochter leed aan een ernstige ziekte. Het was wennen voor haar van een grote stad naar zo’n onnozel dorp van niets  in het land van haar man. maar haar dochter genas… Jacqueline serveert zelfgemaakte sinaasappelcake en stempelt mijn geloofsboekje af.

Veel wijnhuizen hier zoals Caves Arcos do rei en Caves Sao Joao. De Bairradawijngaarden strekken zich uit van Buçaco en Caramulo tot aan de Atlantische kust. In de dorpen grote vergane huizen , in houtskoolrood geschilderd. De wijnboeren van nu wonen in mooie villa’s.

Over een industriezone in zondagsrust. 3 uitgelaten Fatimagangers: een Duitser, een Portugees en een Kaapverdische. Ze trakteren me met rijpe braambessen. Lawaaierige Amerikanen achter mij. Ze halen mij in. Geen wonder. Ze dragen geen rugzakken . Ze zullen rugzakvervoer geregeld hebben. Gisteren ging het meisje zeer moeizaam.

Een azulejoskerk in Aguada de Baixo. En daarna een tweede, uitgestrektere industriezone met vergrendelde poorten. Tussen de kiwiplantages van Quinta Casal de Cucos. Geregeld ontmoet ik Utip, half Duits, half Indisch. Hij sliep in dezelfde albergue  gisteren en hij kwam ook toe in de bar van Jacqueline.

Picknick onder de luifel van een gesloten bar. Comfortabel zitten met de benen op een stoel. Portugese druiven als dessert. Het plannetje van Jacqueline is nogal misleidend. De afstanden zijn veel groter in werkelijkheid. De Rio Agueda overgestoken en beland in het feest van de paraplu’s in Agueda. Een gezellige bedoening. Een supergrote tent met een hemel van kleurige paraplu’s. Een groot podium voor de concerten vanavond. De mensen lopen rond met gekke parapluutjes op hun kop. Alle straten rond de kerk zijn versierd met paraplu’s. Muziekoptredens, straatartiesten en pop-up restaurants op straat. Ook een straat met ballonnen, dansend in de wind en weerspiegeld op de muren. Ik raak de weg kwijt in de massa feestvierders. Uiteindelijk beland in de albergue Celeste. 12 euro per persoon, een heel moderne inrichting en super comfortabel.

De lieve receptioniste stelt ook een ander schema voor voor de volgende dagen : 29 km + 28 km + 25 km. Woensdag ( mijn laatste stapdag) wordt het 40° . Mijn gidsje suggereerde 16,3 km + 31,5 km + 34,3 km . Een beetje te veel voor die hete , laatste dag naar Porto !!! Je kan in de albergue zelf koken ( de Lidl vlakbij is open) of een take-away menu bestellen dat gebracht wordt: gegrilde dorade met gekookte aardappelen, sla en een flesje rode wijn (375 ml) van Terras del Rei. Smakelijk!

 

Naar Sernadelo, 25 km, zon en wolken, 27°

Om 7 u vertrokken. Vers brood gekocht. Langs de Mondegorivier. Het centrum heb ik gisteren verkend. Onder de autosnelweg door . Ha, dat zijn de pijlen weer. Een pad langs een kanaal links. De beschrijving in mijn Frans gidsje klopt even niet. Hulp gevraagd in een Repsol benzinestation. Een klante die Engels spreekt toont mij de weg. Ik mocht gewoon verder stappen, maar nu ligt het kanaal rechts van mij.

In Adémia schapen in de wei. Ze eten wilgenbladeren. Op een muur in Fornos een azulejostafereel: muzikanten aan de oever van de rivier, Coimbra op de achtergrond. Een St-Jakobsbeeld aan de kerk van  Trouxemil. Aan zijn stok hangt een kalebas én een druiventros. Colapauze in het café- minimercado. Enkel vrouwelijke klanten. Ze hebben tijd voor een babbeltje of misschien een roddel? Ik mag naar het toilet bij de bazin thuis, een eindje verderop. Ze geeft mij een talkje geurige basilicum ( manjerico) voor onderweg. Drie dorpjes op een rij: Adoes, Sargento Mor en Santa Luzia. De boeren rijden hier met een kleine tractor. Als je een blauwe pijl voor Fatima ontdekt aan een kruispunt, moet je soms nadenken van welke kant die het beste te zien is en dan vind je wel een gele pijl wat verder.

Een kwartier stappen langs de N1. Het takje basilicum komt van pas. Een onverhard pad door een bos. Een Fatimaganger doet zijn oortje uit om ‘ bom dìa’  te wensen. Er staan hoge dennen en jonge eucalyptussen. Hoe oud kan een bos zijn? In Portugal waren er massale bosbranden in 2003 en 2005, vorig jaar trouwens ook.  Het kan natuurlijk ook gewoon houtkap geweest zijn. En inderdaad wat verder liggen er houtstapels. Een pelgrim voor mij en na de bar van Mala zijn er 3 jongere Poolse pelgrims achter mij. Caminogevoel.

Ik picknick aan een omgehakte eucalyptus. Een verhard weggetje langs oude olijfbomen. Het pad slingert zich tussen veld en bos. Veel wijngaarden. Er liggen overal etiketten van ‘ Quinta de San Miguel’ Branco Sèco en Vinho Espumante. Dat belooft! Aan de rotonde voor Mealhada zit een toastende god Bacchus op zijn wijnvat … Mealhada is een vriendelijk stadje met een park met groen gras en nette openbare toiletten. Gemakkelijk de albergue gevonden onderweg naar Sernandelo. 10 euro voor een bed in de slaapzaal, alles heel proper. Vanaf Mealhada tot hier, het ene restaurant na het andere dat ‘ leitöes ‘ aanbiedt. Het zijn speenvarkentjes ( van 1 tot anderhalve maand) aan het spit. Aan de fontein is er een azulejostafereel dat toont hoe ze het arme beestje roosteren!

Rustdag in Coimbra, heel wat km afgelegd, 27°

Geslapen tot 8.30 u! Daarna mijn hart opgehaald in Coimbra. Eerst de universiteit bezocht. Het is de oudste univ van Portugal ( van 1290), maar die is enkele keren verhuisd van Lissabon naar Coimbra en terug. Er is een prachtige, barrokke bibliotheek ( mét vleermuizen! Die voeden zich met insecten en motten die anders de oude boeken zouden opvreten !!) Er is ook een kerker waar studenten opgesloten konden worden. Wie een boek vernietigde ( = uiting van opperste wijsheid) verdiende de maximumstraf! De officiële academische plechtigheden gaan nog altijd door in de troonzaal van het vroegere koninklijke paleis, toegankelijk via een monumentale 18de eeuwse trap.

De nieuwe jezuïetenkathedraal ( 17de eeuw) kan niet tippen aan de oude romaanse kathedraal, een versterkte kerk met kapitelen rondom. ( Tiens, kleine, romaanse kerkjes ben ik nog niet tegengekomen in Portugal). Pelgrims mogen er gratis binnen. De zijkapellen hebben wanden in azulejos en het retabel aan het hoofdaltaar is van de hand van Vlaamse meesters. Een wat oneerbiedige opmerking: als ik rondkuier door de vroeggotsiche kloostergang ruikt het heerlijk naar de exclusieve restaurantjes in de omgeving van de ‘ sé velha’.

Een drankje in het jazzcafé vlakbij ( met wat droge koekjes). Vanavond is er een live optreden . Jammer, een beetje te laat voor een peregrina!

Na de middag bewonder ik het Santa Cruz klooster. Ook hier vrije toegang voor Santiagogangers. In het koor vind je de grafmonumenten voor de 1ste Portugese koning Afonso Henriques en zijn zoon Sancho I . De kloostergang dateert uit de 16de eeuw, de tijd van koning Manuel I . Het is dezelfde koning die in Lissabon het unieke Jeronimosklooster liet oprichten met ‘pepergeld’ ( belasting op kruiden, edelstenen en goud, meegebracht uit de kolonies). Hier vertelt het koorgestoelte van het hoogkoor het verhaal van de ontdekkingen met prachtige vergulde voorstellingen van schepen en versterkte steden. Dit was een waardige plek voor koninklijke begrafenissen !!!

De dag besluit ik in de schilderachtige ruïnes van het klooster van Santa Clara-a-velha. Heel mooi geconserveerd. Ik verneem er dat koningin Santa Isabel na de dood van haar man in 1235 eerst op pelgrimstocht naar Compostela ging voor ze binnentrad in het klooster.

En nog een tragisch liefdesverhaal om te eindigen. Hier vlakbij is de Quinta das Lagrimas, de tuin der tranen. Prins Dom Pedro trouwde in het geheim met een Galicische prinses Dona Ines de Castro. Zijn vader liet haar hier vermoorden omdat hij via haar vreesde voor Spaanse beïnvloeding  . Toen Dom Pedro zijn vader opvolgde, liet hij zijn geliefde ontgraven, plaatste haar op een troon in het Santa Cruzklooster en beval zijn hovelingen haar vergane hand te kussen … Waar liefde al niet toe kan leiden!

Morgen toeriste af, nog 5 dagen stappen tot Porto! Weer opgeladen!