Plannen 2020

CORONA-jaar ! Geen pelgrimszegen in Mechelen ( zou doorgaan eind maart !!! ). Veel pelgrims zien af van hun plannen. Logies vinden is een groot probleem : overal anderhalvemeteren, niet zo vanzelfsprekend maar wel levensnoodzakelijk uit respect voor medepelgrims en hospitalero’s. Mondkapjes waar social distancing niet kan. Veel albergues zijn gesloten …

Frankrijk is toegankelijk … Het bloed kruipt waar het niet gaan kan … Er rest mij nog een laatste stukje camino, van thuis uit naar Rocroi, waar ik ooit vertrok voor de Via Campaniensis ( door de Champagnestreek) naar Vézelay. Dan heb ik het hele traject naar Compostela gelopen, maar over verschillende jaren en niet chronologisch. Chapeau voor de pelgrims die dat allemaal in één tocht afstappen.

10 juli is St-Amelbergadag in Mater: groot dorpsfeest, maar jammer genoeg niet dit jaar. De ruiterommegang kan niet doorgaan. Geen kermis, geen volkstoeloop. Geen misviering met het Tabitakoor. Maar we houden de moed erin. De vlag van St-Amelberga hangt uit! We blijven haar trouw!

11 juli: Daag Roland ! Daag St-Amelberga ! Langs de Via Scaldea stap ik tot in Frankrijk, voorbij Maroilles ( het stadje waar de fameuze stinkerkaas, bekend van de film ‘ Bienvenu chez les Chti’s’ vandaan komt ). Ik keer weer oostwaarts naar België op de Via Thiérache en overnacht in de abdijen van Chimay, eerst in de trappistenabdij Notre Dame de Scourmont in Forges en daarna logeer ik bij de trappistinnen van Notre Dame de la Paix in Chimay zelf. De twee abdijen liggen op een ‘ veilige ‘ afstand van zo’n 10 km van elkaar! En dan nog één etappe van Olloy-sur-Viroin zuidwaarts naar Rocroi. Zigzaggend onderweg naar Santiago, dankbaar en toch een beetje aarzelend …

Twee keer zal ik kamperen. Ik heb nog net het laatste exemplaar van een lichtgewicht tentje op de kop kunnen tikken. Mijn rugzak wordt er wel zwaarder door … ‘Pas de soucis’, hoor ik aan de telefoon als ik via een parochieverantwoordelijke een verblijf zoek voor 13 en 14 juli. Maak je geen zorgen! OK , we gaan ervoor !

Plannen 2019

En de pelgrim … hij stapte voort. Ook dit jaar vertrek ik op 11 juli, de dag na St-Amelberga. Vorig jaar bewandelde ik de camino portugués tot Porto. Daar begin ik nu. Met mijn man Roland volgen we het beproefde recept. We maken samen een citytrip naar Porto, na 6 dagen komt Roland naar huis en ga ik de camino stappen van Porto naar Santiago  de Compostela, 315 km. Ik ben van plan de camino de la costa te volgen. Heel waarschijnlijk zal deze route veel drukker zijn dan die van Lissabon naar Porto. Een echte camino met deugddoende ontmoetingen … zalig !

Weer met gewicht geoefend ( de rugzak gevuld met flessen water) . Een droom van een oefentocht door het heerlijke duinengebied van de Westhoek. Met de Midweekstappers 28 km gestapt van De Panne naar Bray-Dunes  en terug. Door het zand ploeteren, duin op , duin af. Nachtegalen gehoord. De Dunes du Perroquet in Bray-Dunes zijn de max: een schitterend én toegankelijk reservaat.  Duinengrasgebied met een weelde aan bloemen: ( daar ga ik weer …) teunisbloem, slangenkruid, paardebloemstreepzaad, muurpeper, duinviooltje, zandblauwtje, hondsroos en duinroosje, kleine ratelaar ( geel), rolklaver, gevlekte orchis en vleeskleurige orchis … De gele morgenster die zich enkel ‘s morgens openvouwt is bijna uitgebloeid. Gesnoept van wilde asperges. Zeewolfsmelk én … zeebries ! Langs het strand terug. Volop jodium opgesnoven aan de branding. Helemaal opgeladen … Santiago , here I come !!!

Plannen 2018

St-Amelberga nadert: 10 juli, voor mensen van Mater de jaarlijkse hoogdag. Dan wordt het dorpsfeest gevierd met de traditionele ruiterommegang. We zingen het processielied met het koor en ‘s anderendaags vertrek ik naar Lissabon met mijn man Roland. We bezoeken samen de stad, een citytrip van 6 dagen.2018-07-11 16.46.52
Daarna komt Roland naar huis en ga ik  de camino portugués stappen tot Porto, 380 km, langs Fátima. De hitte kan geen probleem zijn, in België is het nu even warm. Toch ben ik van plan om ‘s morgens vroeg te vertrekken, om 6 u als het kan. Of beter ALS ik het kan. Want tot nu toe was ik meestal de laatste die vertrok uit de herberg. Het proberen waard!

Al met gewicht geoefend op wandelingen van onze Oudenaardse stapclub: rondom Mullem, de molentocht van Mater… Een ongelooflijk mooi parcours met 12 serieuze hellingen. Van oefenen gesproken! Ik heb beslist een lichtere rugzak te kopen, mijn vorige woog 2,5 kg zonder lading. Een beetje te veel van het goede! De nieuwe weegt 1,550 kg, dat scheelt een liter water !
Ik ken geen Portugees, maar de mensen ginder zijn heel vriendelijk en kennen goed Engels. Zal het mij ook dit jaar lukken? Heerlijk, die spanning: op weg gaan in vertrouwen … open staan voor wat komt … als een kind vol verwondering, vol verwachting … ontroerende ontmoetingen tegemoet. Pelgrim zijn op jakobswegen … een unieke, wonderlijke ervaring en … toegegeven, echt wel verslavend !

Van Olloy-sur-Viroin naar Rocroi

Zon en wolken, 25° , 23 km

Om 7.30 u ontbeten met Caroline. Ze heeft enkele pelgrims gehad in januari, februari. Ik ben de eerste na de lockdown. Nog een fotootje bij haar St-Jakobsbeeldje. Zij vertrekt vroeger naar haar werk, ik steek de sleutel in haar brievenbus.

Aan de St-Annakerk begint al meteen de GR12 naar het zuiden. Die loopt eerst even gemeenschappelijk met het fietspad of ‘Ravel’ zoals dat in Wallonië heet. Daarna het bos in. Vandaag is het de dag van dankbaarheid !
Dankbaarheid omdat ik al zo dikwijls heb mogen stappen op het Jakobspad in goede gezondheid. Dit jaar is het de 10de keer, een orgelpunt, zeker na de sympathieke nonnetjes van Chimay !
Dankbaarheid om de ontmoetingen met zovele lieve mensen die pelgrims onderdak verlenen, ze helpen en ze op de goede weg zetten.

De weg is zeer goed aangeduid met de rood-witte streepjes van de GR en de schelpstickers van het compostelagenootschap. Stilte in het bos. Ik hoor enkel mijn voetstappen, het gedempte getik van mijn stokken op de aarde en het gekluts van het water in mijn drinkbus. Af en toe hou ik halt om de stilte te proeven, een gewijde stilte…

Twee brugjes over zonder leuning. Om 11.15 u in Oignies-en-Thiérache. Een stevige klim door een sparrenbos.  Daarna een grindpad met aan weerszijden open jagershutten. Hoofdzakelijk beuken, eiken, ook dennen. De zon zindert boven achtergelaten takken waar het bos gerooid is. Een gedrongen stenen kruis tussen de bomen: iemands laatste rustplaats. ‘Passants, une prière’ … Waar kan je meer geborgen liggen dan hier in volle bos? Alleen maar natuur rond je …

Gepicknickt in een overdekte hut. Bedankt Caroline voor de lekkere kerstomaatjes! Mijn handtekening achtergelaten op de jagerslijst. Bloeiend gras streelt mijn kuiten. Maar goed ook, want er volgen pittige  kuitenbijters nu.

Ik stap door een holle weg. Ineens vol omgevallen bomen en takken ??? Niet te doen.  Eruit geklauterd. Kaalslag. Eén grote woestenij. Alle bomen omgehakt en weggevoerd. Slechts heel in de verte iets dat lijkt op een rood-wit paaltje.

Gelukkig is er iemand met een bosmaaier aan het werk, hij legt varens om en wijst mij vaag de richting aan. Een hachelijke onderneming om twee beken over te steken, maar het lukt mij met de stokken. Oef! Weer op een begaanbaar pad. En … van blijdschap niet goed opgelet. Geen rood-witte streepjes meer te bespeuren.  Teruggelopen naar de woestenij. Ik had inderdaad een kleine afslag gemist. Het GR-pad loopt nu weer gewoon verder door de holle weg. Bang ben ik nooit geweest in al die uitgestrekte bossen, maar nu in dit laatste stuk wel onzeker.

Om 3u in Moulin Marteau. Bekend gebied. Hier startte ik in 2017 de Via Campaniensis van Rocroi naar Vézelay. De laatste loodjes: twee hellingen omhoog op asfalt lopen in de middaghitte.  Ondertussen uitkijken of ik Roland niet zie. We hebben rond 5 u afgesproken op de Place des Armes in het vestingstadje Rocroi

Daar !!! Roland komt me tegemoet gefietst. Blij weerzien! Om 5.20 u aangekomen. We klinken op de goede afloop met een blond biertje: een Chimay Dorée natuurlijk!

Bedankt Rollie dat je mij telkens weer laat gaan en dat je mij nu komt afhalen. Dit was een beetje een camino van ons allebei, we zagen elkaar in Doornik, in Locquignol en nu ook hier in Rocroi. Zelfs in coronatijden zijn we erin geslaagd. Het waren 12 onvergetelijke dagen: Oudruidoconseloc-le nouvi-étréau. Saintscourchiollroc !!! 280 km afgelegd. Heerlijke bossen … altijd met open armen ontvangen … Overgelukkig dat ik nu weer thuis ben bij jou in Mater. Hé, dag Amelberga!!!

Van l’ Abbaye de la Paix ( Chimay) naar Olloy-sur-Viroin

Blauwe lucht zonder één wolkje, 25°, 29 km

Om 7.30 u lauden en daarna ontbijt. De zusters luisteren geboeid naar het verhaal van mijn moeder. Ik heb mijn eerste camino vanuit St-Jean-Pied-de-Port gestapt uit dankbaarheid voor wat mijn moeder voor ons, haar 3 kinderen, gedaan heeft. Aan Cruz de Ferro had ik een magische ervaring: onvergetelijk! Ik krijg boterhammen met smeerkaas en 2 bananen mee voor onderweg.

Irène gaat even met me mee. Zij verloor een dochtertje van 2,5 jaar. Ze komt elk jaar naar een therapeute in Chimay in de vakantie. Het helpt haar en haar familie om het gemis een plaats te geven. En ze kreeg een tweede dochter ( nu al 10 jaar oud) ‘un cadeau de la vie ‘.  

Vertrokken om 9 u uit het klooster. Fout gelopen op de drukke N99 naar Couvin. Teruggekeerd naar de rotonde met de koperen bierbrouwersketel. Gevraagd aan een oudere dame die in haar tuin aan het werk was. Uiteindelijk kan haar buurman mij op weg helpen naar de ‘ rue Forge Monseu’, waar het pad begint. 

Onmiddellijk op de boerenbuiten. Wit-zwarte koeien, geelbruine koeien, een gespierde fokstier met een weide helemaal voor zich alleen… Te veel naar de koeien gekeken ! Ik pik het pad weer op aan een zwoegende moderne windmolen, wit afstekend tegen de azuurblauwe lucht. De weg van de wind … de weg van de sterren … ( zoals op Alto del perdón ) of zoals in het pelgrimslied: ‘La voie lactée de Charlemagne, c’ est le chemin de tous les jacquets .’ 

Een grindweg golvend door gouden velden: tarwe en gerst. En zowaar een bloemenweide met klaprozen, korenbloemen en margrieten. De bloemen van mijn bruidsboeket. Ik jubel !

Picknick op café met un grand crème, aan de kerk van Baileux. Klimmen naar ‘ la pierre qui tourne’, een megaliet van zo’n 2 m hoog.

Voorbij Gonrieux doet het grindpad mij denken aan de omgeving van Baillonville bij Marche waar mijn schoonouders lang gewoond hebben. Walstro, rolklaver, zwart knoopkruid. Witte koeien. De leiding van een jeugdbeweging trekt de tenten op voor hun kamp . ( Ook mijn kleinkinderen Floris en Joene gaan vandaag op KSA-kamp in Limburg). Veel geluk! Gisteren heeft een scoutsgroep hun kamp dichtbij Couvin halverwege moeten opbreken, omdat een meisje besmet was met het coronavirus. Pech voor hen !!! 

Een mooie Rochuskapel. St-Rochus beschermde vroeger de mensen tegen de pest. Bescherm ons nu tegen COVID-19, H. Rochus!

Na Pesche loop ik op een parallel asfaltweggetje met een goed onderhouden Mariakapel onder machtige linden. ‘ Notre Dame de la Bonne Pensée’ … Welke roepnamen heeft Maria al die eeuwen al niet gekregen !

In Couvin is de route veranderd door de aanleg van een ringweg. Een bejaarde inwoonster toont mij fier de oude stadskern: de St-Germainkerk, de overdekte markthal, de kapelletjes van de Calvarieberg. Ik loop niet fout , want het Waalse Genootschap gaf mij een annex met de namen van de straten: heel gemakkelijk om zo de weg te vragen. 

De brug over de ringweg over. Ik stap op de N99 naar Pétigny. Vermoeiend met dat drukke verkeer! Dan een verrukkelijk GR-paadje langs het riviertje l’ Eau Noire. Wat een verademing!

Voetballende kinderen aan een heem ‘Espoir et Fraternité’ . Nismes is een heel pittoresk stadje. Vrolijke vlaggen wapperen aan de brug bij de kerk . Toeristen, gezellig keuvelend op de terrassen. Social distancing? Hmmm…

Het is al 7.20 u . Moeilijk om het pad door het bos te vinden. Ik wandel in omgekeerde richting, mijn kaartjes zijn niet gedetailleerd genoeg. Ik kan nog niet werken met gps-tracks … Ik neem het zekere voor het onzekere en stap weer langs de N99. Nog 4 km naar Olloy-sur-Viroin. Gelukkig minder verkeer. Ik stap bijna automatisch mijn schaduw achterna. 

Om 8.35 u toegekomen bij mijn gastvrouw Caroline, zelf ook een verwoed Santiagoganger. Sedert haar pelgrimage van Le-Puy-en-Velay naar Compostela in 2016 ontvangt ze pelgrims bij haar thuis, al zo’n 85 mensen !!! Pelgrims die via Rocroi naar Reims stappen. Anderen die via de Via Thiérache ( in de goede richting) naar Parijs willen. Buiten nog vegetarisch gegeten met een kriekbiertje. Morgen mijn laatste dag! Dan komt Roland mij afhalen in Rocroi…

Van l’ Abbaye de Scourmont ( Forges) naar l’ Abbaye de la Paix ( Chimay)

Grijs. Zon na de middag, 13 km

Ontbijt in stilte om 7.30 u . Er zijn dan voor de paters al twee diensten achter de rug: vigiliën om 4.30 u en lauden om 6.30 u ! Na de mis vertrokken om 9.45 u. Er komen net drie flink bepakt-en-bezakte jongeren toe.

Havervelden. Geur van vers gemaaid gras en bloeiende aardappelen. Door het Bos van Chimay. Nog op de goede weg aan het kapelletje van O-L-V- van Troost. Nadien op zoek gegaan naar de bron van de Oise die hier in het bos ontspringt. Ik heroriënteer me bij de kerk van Forges. Daar vlakbij gepicknickt aan de gîte van de familie Flamant. De eigenaars zijn er niet, maar hun hond blijft rustig aan mijn voeten liggen.

Voorbij de boerderij Le Mouligneau weer de GR op door het bos. Er zijn bivakplaatsen waar vuurtjes gestookt worden tussen stenen in een vierkant. Aan Bivouac des Crayats flakkeren de vlammen zelfs weer op! Een kampplaats op een uitgestrekte weide. Deze scouts zoeken wel heel afgelegen plekken te midden de natuur op om te kamperen!

Dichter bij Chimay twee kapelletjes aan kruispunten. Om 2 u geniet ik van een cola op een terrasje. De Collegiale kerk van Petrus en Paulus bezocht. Er is een zijkapel gewijd aan Jakobus en Arnoldus, de patroon van de brouwers. Boven het altaarstuk het beeld van Jakobus de Morendoder. Op het schilderij staat Maria, la Virgen del Pilar, afgebeeld zoals ze verscheen aan Jakobus in Zaragoza: op een pilaar dus. Opzij een gepolychromeerd Jakobusbeeld uit de 18de eeuw. 

Gezellige drukte op de Grote Markt rond de fontein van de prinsen van Chimay. Hun 17de eeuwse kasteel ligt vlakbij. Op het volgende plein een standbeeld van Jehan Froissart, kanunnik van Chimay en kroniekschrijver in de 14de eeuw.

Om 3.30 u word ik superhartelijk ontvangen bij de trappistinnen. Zuster Céline, een Indische, zet thee voor mij met zelfgemaakte koekjes. Een ouderwets kamertje, maar moderne douches en toiletten. WIFI op de kamer! Zuster Céline komt me halen voor de vespers. Er zijn 7 zusters, waaronder 3 jongere, ook een Afrikaanse. Ze zingen de psalmen afwisselend: de zusters van rechts beginnen en die van links antwoorden. Ze beginnen wel niet allemaal tegelijkertijd! Op het einde volg ik de nonnetjes, maar ik word er vriendelijk op gewezen dat ik mij in het afgesloten gedeelte van het klooster bevind. 

Avondmaal met zijn drieën. Soep, croque-monsieur, sla met tomaten en boontjes, dessert en een blonde Chimay van 4,8 ° . Hier mag wel gepraat worden. Hélène uit Brussel bereidt in Chimay haar professie voor, ze zal over 14 dagen binnentreden in een klooster in Frankrijk. Ze straalt van geluk met haar beslissing. Irène komt al 3 jaar naar dit klooster in de vakantie.

Daarna de completen met als afsluiter – zo is het de gewoonte bij de cisterciënzers – het Salve Regina. De paters gisteren zongen mooier! Mogen engelen je dromen bevolken … 

Van St-Michel-en-Thiérache naar l’ Abbaye de Scourmont, Forges

Zonnig , 30°, 21,5 km

Vertrokken om 9.20 u. Een valse start. Ik geef niet genoeg gegevens aan de vriendelijke meneer aan wie ik de weg vraag. Dat kost mij een uur op een pittige helling. Terug naar l’ Abbaye de St-Michel. Voortaan toon ik mijn wegbeschrijving + kaartje! Een jongen die zijn hond uitlaat zet mij op de goede weg. 

Aan de watertoren van Cocréaumont begint het grote Forêt Domaniale de St-Michel. Heerlijk fris in het bos. Een zonnige dreef. Oei, waar is mijn hoedje? Gevallen onderweg? Een bereidwillige chauffeur brengt mij terug. 

Nadien geen hindernissen meer. Ik kan mij goed oriënteren op het kaartje en ter bevestiging vraag ik uitleg aan enkele wandelaars, joggers, fietsers. ( Sorry fietser dat ik je weer doe demarreren midden op de helling.)

Majestueuze eiken, beuken . Berken ook. Vrolijk vogelgekwetter. Af en toe een bunker of ‘ blockhaus’. In de Maginotlinie, de verdedigingslijn  tegen de Duitsers, waren er hiaten aan de Frans-Belgische grens. Toen Leopold III België neutraal verklaarde, werden er hier in het woud in de gauwte nog een aantal bunkers bijgebouwd. Ze waren nog niet af tegen mei 1940. 200 Franse soldaten lieten het leven! 

In het laatste stuk meer sparren. Die groeien sneller en brengen vlugger op … Het lijkt wel een weg door een bos in de Ardennen. Klopt! Straks in Cendron steek ik de grens weer over. Veel vlinders: koolwitjes, citroenvlinders, vosjes. Picknick op een bank. Een bericht gezet op het antwoordapparaat van de paters trappisten van  Scourmont. Gejoel van kinderen op kamp. Hartelijk ontvangen op de boerderij Wallerand. Familiereünie onder de lindeboom. De jongeren gaan wandelen met de honden, die maakten zich boos op mijn stokken. Ik krijg een frisse blonde Chimay helemaal voor niets. Lieve mensen!

Scoutskampen links en rechts van de weg. ‘ Dites bonjour à la dame’ en 30 handen zwaaien enthousiast naar mij! Nog een reünie: een kudde koeien en kalveren liggen samen te herkauwen. Staarten en oren zwieren dat het een lieve lust is om de vliegen weg te slaan.

Een mooi, oude villa aan een rond punt. Van hier is het nog een half uurtje stappen naar l’ Abbaye de Scourmont in Forges. Om half 6 wandel ik rond in het ruime park met oude bomen sierheesters: grote buxussen en rhododendrons, veel bloemen: hortensia’s, rozen, geraniums, asters,  afrikaantjes en lobelia’s . Rustgevend!

Broeder Gerard zie ik pas om kwart voor 6. Hij is een beetje gehaast, want om 6 u beginnen de vespers. Ik had beter gisteren gebeld, hij heeft de boodschappen op de telefoon nog niet kunnen beluisteren. Hij toont mij nog vlug mijn kamertje en geeft mij het blaadje met de uurregeling van de diensten. Ik geniet van de vespers. Er zijn 12 paters, onder hen 5 Afrikanen, jong en oud. Hun psalmen weergalmen prachtig in het sobere, moderne kerkgebouw. Er zijn 9 gasten in de abdij. We krijgen een gevarieerde koude schotel. Pater Gerard bedient ons. Vreemd: er wordt niet gesproken tijdens de maaltijd. Er klinkt alleen religieuze muziek o.a. ‘Jesus bleibet meine Freude’ van Bach. Stilte! ‘Breng wat stilte mee naar huis’ , verzucht Roland aan de telefoon!

Bij de completen is het thema ‘ Aimez les mots’. Het is niet altijd ‘ what you see, is what you can get’, leest broeder Gerard voor. Het juiste woord vervolledigt het beeld. En het woord van God doet leven. Als slot het Salve Regina, gezongen door diepe mannenstemmen. Alleen het Mariabeeld is verlicht. Ontroerend. ( beeld + woord !). Er is veel licht op mijn kamer: een schakelaar naast de deur, één aan het hoofdeinde van mijn bed, één aan de lavabo, één aan de schrijftafel. Veel rust ook hier … geen wifi op de gastenkamers. Één blaartje om te verzorgen . Slaap wel!

Van Etréaupont naar St-Michel-en Thiérache

Zonnig, na de middag 29°, 21 km

Geslapen als een roos! Mijn tent is wel nat van binnen door condensatie. ik probeer ze te drogen in de zon voor ik ze opvouw. Om 10.20 u vertrokken.

Philippe had het anders geregeld gisteren: ‘s middags warm gegeten in Buironfosse onderweg en ‘s avonds een broodmaaltijd. Vandaag wacht hij om te vertrekken tot na een repas du routier, maar dan moet hij wel in de middaghitte stappen .

Vandaag loop ik oostwaarts langs de Via Thiérache. Ik doe ze in omgekeerde richting omdat ik in Chimay wil belanden. Niet moeilijk hoor, want vanaf Etréaupont is er l’Axe Vert, een fiets-en wandelpad op de oude spoorlijn. Ruiters zijn ook welkom, er zijn brede grasbermen. Af en toe schaduw onder eiken, esdoorns, beuken en essen, af en toe zon. Iedereen op de Axe Vert is in vakantiestemming. Het regent bonjours. De vroegere stationsgebouwtjes zijn ingericht als gîtes, zoals in Luzoir.

In Effry staat er een monumentje ter herinnering aan de 700 gevangenen ( burgers en militairen, waaronder veel Belgen) die hier in 1917 door ontbering en ziekte in het veldhospitaal het leven lieten. Werkmanshuisjes in Effry.

Ik maak een ommetje naar de versterkte kerk van Wimy. Twee massieve donjons naast het portaal. De kerk staat open. Hierbinnen besef je pas goed hoe ellendig het leven was voor de dorpelingen eeuwen geleden. Ze zochten met hun hebben en houden  toevlucht in de kerk. In de ene toren met schietgaten, is er een draaitrap. In de andere een waterput en een mechanisme om de klokken te luiden. Het alarm verwittigde hen voor gevaar. Ze lieten hun houten en lemen huisjes en boerderijen in de steek. In de kerk konden ze overleven, er waren twee reuze schouwen waar ze konden koken. Picknick op de bank aan de kerk. 

Ik heb last van de hitte met mijn zware rugzak. Ha! Een windje, dat doet deugd. Ik speel een spelletje: snel stappen in de zon, meer op het gemak wandelen in de schaduw.

In Ohis is er een groot spoorwegviaduct. Het dorp Buire en de stad Hirson leefden op door de metaalindustrie eind 19de eeuw. Ze waren strategisch gelegen tussen de steenkoolbekkens van Le Nord en de ijzermijnen van Lotharingen. In Hirson zijn er nog getuigen van dat glorierijke verleden: de Florentine, een spoorwegtoren en de Rotonde, waar stoommachines gestockeerd en onderhouden werden. Industriële archeologie allemaal.

Wat gesukkel in Hirson. De Axe Vert wordt onderbroken. Verder loopt La Coulée Verte langs een riviertje naar St-Michel, maar ik vind het voetpad niet. Eerst een frisse cola gekocht in een benzinestation. Dan maar gestapt langs de departementale weg. Zo kom ik er zeker. 

Ik logeer vanavond bij mevrouw Guillaume in St-Michel-en-Thiérache. Ze woont in een sfeervol oud herenhuis. Een mooie kamer, alles in het ‘roze’, met uitzicht op een goed onderhouden gazon. Toegekomen om kwart voor 7. Avondmaal in de friterie op het centrale dorpsplein. Un menu équilibre: zalm met frietjes en sla met zowaar een witteke van Hoegaarden. Hmmm …

Morgen op naar de trappisten in Forges. Een lange dag. Zal wat vroeger moeten starten vanwege de hitte: 30° graden voorspeld !

Van Le Nouvion-en-Thiérache naar Etréaupont, 20 km + 6 km extra

Bewolkt met opklaringen. Zonnig ‘s avonds.

Ik trek al mijn kleren over elkaar aan om te slapen, want ik heb enkel een linnenzak mee, geen slaapzak. Frisjes! Na een uur toch nog een extra bloesje nodig: een laagje erbij, dat is beter. Moeilijk in slaap geraakt, maar wel zeer lang geslapen: tot 8.30 u !

Om 10.20 u vertrokken. Net als gisteren groene heuvels met weiden , omzoomd door hagen of bomenrijen. Slechts hier en daar een akkertje: gerst, tarwe, maïs. Hoofdzakelijk asfaltwegjes met soms een grasberm, maar ook GR-paden. Op het ritme van mijn stokken scandeer ik: Oud-rui-do-loc-le nouvi-étréau ( het oorwurmpje van mijn halteplaatsen op de Via Scaldea). 

De klok van het kerkje van Le Boujon slaat 13 u . Picknick ( mijn croissants zijn op nu ! ) op een bank aan de Mairie van dat onooglijke gehucht. Elke kleine gemeente heeft hier zijn eigen burgemeester en raadsleden!

Weer door het bos richting Lerzy. Dat staat de mooie St-Benedictakerk, één van de meer dan 70 versterkte kerken van de Thiérache. Dit was eeuwenlang doorgangsgebied van vijandelijke legers: Fransen, Engelsen, plunderende soldaten van Keizer Karel, van het Heilig Roomse Rijk. Godsdienstoorlogen … De kerken waren het laatste toevluchtsoord voor de plaatselijke bevolking. In de 16de en 17de eeuw kregen zij een donjon, torentjes, schietgaten en een stevige kerkhofmuur. Om te overleven was er ook een waterput en een oven. De kerk van Lerzy is pas gerestaureerd na een uitslaande brand. Een pareltje!

Ik ontmoet er Philippe, een Waalse pelgrim uit Ath, die voor de eerste keer op weg is op de camino. Hij stapt tot Reims en gaat vanavond ook naar de camping in Etréaupont. Philippe is in de wolken over zijn camino. ( Wie niet ???)

Ik wandel op een pad op de heuvelkam. Een troepje schapen stuift mij voorbij. Schapen die lopen ??? Ze hadden de tractor horen aankomen. De boer brengt water voor zijn dorstige dieren. Ik heb ook dorst hoor. De hele dag drink ik water. Soms heb je zin in iets anders, maar de cafeetjes zijn hier erg dun gezaaid.

Even verder trekt een landbouwer distels uit de gracht en de berm: le travail après le 14 juillet ! Een mooi, naïef St-Maartensbeeld in de kerk van Sorbais.

Nog 2 km naar Etréaupont. Ik kan er brood en fruit kopen. Op de camping Val de l’ Oise mag je je installeren als je aankomt. De uitbaatster is er maar om 20 u. Philippe helpt even om de stang van mijn tentje in het gleufje vast te steken, het enige moeilijke moment bij het opstellen.

Voor Compostelagangers is de camping gratis. Wel een probleem: nergens in Etréaupont is er ‘s avonds een warme hap te krijgen. Ik wordt doorgestuurd naar Sorbais, waar ik al vandaan kwam! Bij Chambre d’ hôtes Le Bocage is alles ‘complet’, maar Marie-Hélène wil mij niet zonder eten terugsturen . Ik krijg pasta met ragout en een glas rode wijn op het terras ( voor 10 euro ). En ik krijg ook nog gezelschap van een pelgrim die daar logeert: Luc Goutsmet uit St-Baafs-Vijve. Wat een heerlijke solidariteit onder pelgrims en gastheren/ gastvrouwen. Het zijn engelen, stuk voor stuk! Nog net voor het donker terug op de camping. Nu zal ik zeker goed kunnen slapen in mijn tentje!

Van Locquignol naar Le Nouvion-en Thiérache

Grijs, bewolkt, af en toe een bui. 24,5 km

Roland maakt vanmorgen een fietstocht in de omgeving en zal mij opwachten in Maroilles. Vertrokken om 9.20 u. Ik draag voor het eerst mijn tent en mijn zichzelf opblazende mat. Mijn rugzak weegt ongeveer 13,5 kg, maar ik ben getraind door de vorige dagen. Genummerde open jagershutten opzij van de weg.

Aan een vijfsprong la route forestière de Sassegnies, een kaarsrecht grindpad door het woud. Goed aangeduid, er staan houten wegwijzers naar de auberges op open plekken in het bos. Gevelde boomstammen en houtstapels aan de kant. Ik tuur rechts en links door de bomen. Geen herten, reeën of everzwijnen te zien. Veel vogelgezang. Ik doe mee. ‘Tous les matins, nous prenons le chemin’, het pelgrimslied met het middeleeuwse refrein. ‘Ultreia ( 2x) , y sus eia, Deus advjuva nos. Steeds verder, steeds hoger, God zal ons helpen.’ Jaag ik de dieren weg door mijn lied, of door het tikken van mijn stokken, of door mijn rode regencape?

Een oplegger staat klaar om de boomstammen weg te voeren. Ik tel de jaarringen: zo’n 75 jaar oud waren de bomen: beuken, eiken, essen en haagbeuken. Aan Auberge du Croisil een smaller bospad. Plekken waar everzwijnen in de aarde gewoeld hebben. Ik eet een appel en hou mijn stokken in de hand. Op 20 m afstand springt een ree over de gracht rechts. Zalig wandelen in zo’n immens groot woud, herbronnen …

Aan het hekje bij een onbewaakte overweg vind ik een doosje Quies oordopjes. Het is Rolands merk. Ik kijk of er nog in zitten. Dom van mij ! Had ik niet moeten doen. Handen onsmet met desinfecterende gel, ik heb een klein flesje mee.

Aan de brug over de Samber kruis ik 3 jongeren van de jeugdbeweging met een veel te zware rugzak.

Naar Maroilles gestapt langs een veilig voetpad, naast de departementale weg, afgescheiden door een geschoren haagje hondsroos. De St-Humbertuskerk binnen gelopen met het reliekschrijn van de heilige die hier in  de 7de eeuw een  benedictijnerabdij stichtte.

De boeren uit de omgeving betaalden hun tienden in natura: zelfgemaakte kaas. In 960 liet de bisschop de kaas langer rijpen, zo’n 2 à 3 maand en zo was de Maroilles stinkerkaas geboren. Meer dan 1000 jaar oud! 

Samen met Roland kaas gekocht in het winkeltje met’ produits du terroir’  en er flamiche gegeten, de typische kaastaart van Maroilles. Overheerlijk, maar zout, en heel bekend door de film ‘ Bienvenue chez les Ch’tis’. Ha, die rakker van een Roland! Hij was het die het doosje Quiesdopjes gedeponeerd had bij de onbewaakte overweg !!! 

Als  we vertrekken, komen net de jonge pelgrims toe die ik voor het eerst in Doornik zag. Ze willen ook flamiche proeven. Roland keert nu terug naar huis. Ik zie hem weer na mijn tocht als hij mij komt afhalen in Rocroi. Daag Rollie !

Langs de molen van de abdij vertrokken. De huizen hier in de Avesnois zijn heel typisch: opgetrokken in baksteen met blauwe hardsteen rond de ramen en deuren. Gerust in de St-Niklaaskerk van Prisches. Net voor Beaurepaire: plof! Mijn matje valt op de grond. Het vastgemaakt aan mijn heupriem. Even verder glijdt mijn tent in de gracht. Gelukkig een vrij droge gracht zonder brandnetels, maar wel heel steil en diep, zeker zo’n anderhalve meter. Ik slaag er niet in de tent te grijpen. Een auto laten stoppen. Een jonge landbouwer met laarzen aan haalt ze in een wip naar boven. ‘ Un grand merci, monsieur! De rien, madame, bon chemin ! ‘ Mijn tent en mat beter vastgebonden en de regenhoes van mijn rugzak erover getrokken. Ik heb een gekneusde rib, maar verder alles OK !

Dreigende wolken. Een bui. Mijn regencape weer aangetrokken. Mooie bloembakken in Le Nouvion-en-Thiérache. Voor 8,20 euro logeer ik op de camping. Pas om 19 u aangekomen. Van de uitbater krijg ik een blond biertje van Chimay ( 9 ° ) gratis. Hij mag geen alcoholische dranken verkopen, maar ik krijg één van zijn eigen biertjes. Het smaakt! In een kwartier mijn tent opgezet. Het wordt mijn eerste nacht als kampeerster Benieuwd hoe dat zal aflopen!

Van Sebourg naar Locquignol, 19 km

Motregen en regen. Zon na 13.30 u.

Bij het ontbijt een reuze belegd broodje meegekregen met ham, tomaat en sla. Dag Dominique, ik zal aan de kapelletjes voor jou bidden en voor je moeder die deze week nog geopereerd wordt aan borstkanker. Meteen mijn slobkousen en regencape aangetrokken vanmorgen.

In Sebourg zelf zijn er 5 grote vierkantshoeves. Niet te verwonderen in dit rijke landbouwgebied. Voorbij de kerk met de vroeggotische toren. Aan de molen stap ik de GR op. Vandaag speel ik voor eenden – en parelhoenenverschrikker. Een haas loopt zigzaggend voor mij op het pad. Hier ook aardappelvelden en ( kikker?-)erwten. Links een bunkercomplex met uitzicht over het licht golvende landschap. Een vlasschaard: aan elk bolletje hangt er een regendruppel.  

In Wargnies-le-Grand loop ik rondjes. Mijn beschrijving volgt soms de GR, soms niet. Enkele keren navraag gedaan. Men stuurt mij alle kanten op! … 

Oef! Eindelijk het bordje van Wargnies-le-Petit ! Ik pik er mijn route weer op door de velden. Picknick op de begraafplaats van Frasnoy. Weer zonnig nu. Mijn gsm aan de praat gekregen met mijn powerbank. Een kronkelend pad, onder hagebeuk, vlier en meidoorn. 

Geaarzeld aan het kerkje van Carnoy. Na vanmorgen consulteer ik ook de kaartjes van de Via Scaldea. Zo geraak ik tot aan de Chaussée Brunehaut, de oude Romeinse heirbaan van Amiens via Bavay naar Tongeren. Ik sta aan de rand van het uitgestrekte Forêt de Mormal. Al 16 u ! De GR 122 door het bos is niet altijd gemakkelijk te vinden, er zijn recent grote percelen bos gekapt … Nog 7 km …

Getoeter: daar is de redder in nood: Roland met de wagen! Ik maak gretig gebruik van het aangeboden comfort: genoeg gezocht en geklungeld vandaag ! ( ook genoten hoor). Cola gedronken op een terras. Lekker gegeten in Jolimetz: boef sur pierre met sauce Maroilles en fondant au chocolat. Vanavond slapen we bij Odette in Chambre d’ hôtes La Touraille in Locquignol. Ze had wel vergeten het warm water aan te schakelen voor de douche… Wel te rusten , Rollie!

Van Condé-sur-l’Escaut naar Sebourg, 19,2 km

Bewolkt. Regen vanaf 11.30 u. Zon na de middag.

Nog een selfie met Abbé Armand. Hij had er niet aan gedacht brood te kopen, maar ik heb 10 kleine croissants van de Lidl gisteren. Juist gepast! en ik heb er nog over voor de picknick. Ik krijg nog een nectarine mee voor onderweg. C’ est sucrée et ça donne de l’ energie!

In de kerk ligt er een parochieblaadje met een artikel “ Au revoir père Amand”. Hij is zeer geliefd hier. Ik kom voorbij de kasteeltuin en een oude molen die als restaurant is ingericht.

Af en toe langs departementale wegen vandaag, maar toch grotendeels langs kasseiweggetjes en onverharde paden. Dag blaassilene, dag vlasleeuwenbekje, dag grote ronde balen hooi. Iets te vroeg afgeslagen. Dag ezeltje. De goede veldwegel ligt iets verder. Ik stap tussen tarwe- en gerstvelden. Klaprozen en zowaar ook een korenbloem. Een leeuwerik! Regenjasje aangetrokken. Over de autosnelweg. In Quarouble, onder een boom wissel ik mijn regenjas voor mijn cape. Mijn wegbeschrijvingsboekje was al nat geworden. Het stopt toch wel met regenen zeker! Geur van rijpe tarwe. Zalig!

Ik maak een ommetje naar het St-Niklaaskerkje van Marchipont. Er is daar een prachtig 16de-eeuws Jakobsbeeld. Zal ik binnen geraken? Picknick op een muurtje onderweg. Jammer, de kerk is enkel op vrijdag- en zaterdagmiddag open tijdens de zomermaanden , behalve van 1 tot 15 augustus. De meneer op huisnummer 3 die de sleutel had is gestorven in februari en de kinderen zetten de traditie niet verder. Jakobus, dat wordt een rendez-vous op een later tijdstip!

Een los tussen maïs en bieten. Even verder een kleine Rochuskapel onder 4 linden. Ik rust wat uit aan een oude watermolen op het riviertje l’ Aurelle, en sla daarna de verkeerde richting in.

Om kwart voor 4 sta ik weer aan het bord Quarouble ! Verdorie nog aantoe. Dan maar teruggekeerd. Gelukkig schijnt de zon volop. Nu blijf ik op de departementale weg naar Sebourg, want mijn gastvrouw Dominique woont daar. Rond 5 u aangekomen, wel nog niet de Drogokerk aangedaan. Geen probleem. Dominique heeft de sleutel van de kerk en zal mij straks rondleiden. Ze heeft een abrikozentaart gebakken. Lekker!

De heilige Drogo is patroon van herders en bedevaarders. Hij leefde in de 12de eeuw. Zijn moeder stierf bij de bevalling. Hij dacht dat hij daar schuld aan had en verlaat zijn adellijke familie. Hij gaat schapen hoeden in Sebourg. Hij trekt 9 keer als pelgrim naar Rome, maar wordt nooit ontvangen door de paus. Al tijdens zijn leven wordt hij massaal vereerd. 

Dominique toont mij fier haar Drogokerk, indrukwekkend groot voor zo’n dorp, met het standbeeld en de relieken van St Druon. Hier is er ook een waterval en een watermolen die nog altijd in bedrijf is. We eten op zijn Frans: tomaat en komkommer vooraf, kalkoenlapje met erwten en wortelen, sla met kaas nadien en een ijsje om af te sluiten. Elisabeth (haar dochter) zal een bar-epicerie openen naast de kerk eind augustus. Het huis is zo groot dat Dominique er ook gaat wonen. Ze had samen met haar man 30 jaar een bakkerij op het kerkplein , maar hij is kort na zijn pensioen ziek geworden en gestorven. Dominique keert nu dus terug naar het pleintje. Succes Elisabeth met je nieuwe zaak ! Ik mag niets betalen voor mijn logies, maar geef toch een centje voor bloemen op de openingsdag.

Van Doornik naar Condé-sur-l’Escaut, 27,9 km

Blauwe lucht, enkele wolkenslierten. Nog een fotootje genomen van de 5 torens van de kathedraal. Ik vraag de weg aan een oud vrouwtje. Ze zet een mondkapje op, ik dus ook. Pour protéger les autres! In de Rues des Clarisses, poëtisch omgedoopt tot ‘ Paix de nonnes pour âmes mignonnes ‘, vind ik de koperen schelpen op het trottoir die de pelgrims stad uit leiden. Hé de kapel van Notre-Dame-des-Graces, ik ben op de goede weg. Weer naar het jaagpad langs de Schelde. 

Er zijn oude kalkovens. Aan de overkant ligt het stadje Antoing, bekend om zijn kalksteengroeven. Nu zorgt de cementindustrie voor een grote bedrijvigheid. Water, bron van leven. De Schelde, bron van economische activiteit. Toch een bedenking bij ‘ bron van leven’. Hier brak op 9 april 2020 een dijk aan de suikerfabriek Tereos. Massa’s vervuild slib kwamen in de rivier terecht. Wallonië en Oost-Vlaanderen hebben samengewerkt om zoveel mogelijk zuurstof in het water te pompen om massale vissterfte tegen te gaan. En het is ze gelukt! 

Ik ontmoet 5 jonge pelgrims uit Boesbecq bij Menen Ze stappen dit jaar één week oP de camino, tot voorbij Maroilles. Een fietser roept: Allez, allez! Hij denkt dat ik bij het groepje behoor en ik ben wat achterop geraakt…

Picknick op het speelpleintje van Hollain.  De vader van de spelende kinderen geeft me fris water cadeau en ik geef in ruil enkele van onze walnoten voor de kinderen. Ik kan mijn voeten laten bengelen op de bank. Ontspannend! 

In Bléharies is er een oud grenshaventje. Er staat en vervallen hokje ‘ douane belge’ . Daar waar het betonnen jaagpad overgaat in een onverhard weggetje, ben ik op Frans grondgebied.

In Mortagne-du-Nord vloeit de Scarpe in de Schelde. Ik sla rechtsaf, voorbij moestuintjes. De weg gevraagd en al snel zie ik weer stickers van de camino op de elektriciteitspalen. De brug over de Scarpe over, voorbij de kerk van Mortagne-du-Nord. Ze staat uitnodigend open. Hele rijen banken en stoelen. In Belgische kerken staan er maar enkele stoelen op een grote afstand van elkaar, wegens COVID-19. 

Weer het jaagpad naast de Schelde op: 6 km ‘ eenzaamheid’. Aan de ene kant een haag van Japanse duizendknoop, vlier- en braamstruiken. Aan de andere kant een kleurweelde aan veldbloemen om te ontdekken.

Wit: klaver / zilverschoon/ wilde peen/ moerasspirea/ berenklauw.
Geel: vijfvingerkruid/ St-Janskruid/ Jakobskruiskruid/ wederik/ paardenhoefklaver/ boerenwormkruid. 
Roze: wilgenroosje/ leverkruid.
Paars: marjolein/ kaardendistel.
Blauw: slangenkruid.

Gezoem van bijen, gekwaak van eenden, gekras van kraaien, gekwetter van vogeltjes. In de verte een boomzaag , gevolgd door gekraak. De boom is geveld…

Wat nootjes geknabbeld. De brug van Hergnies over. Men vertelt mij dat er in het dorp een café open is, maar het is al 16.30 u … Op de tanden bijten en doorgaan. Ik fleur weer op als ik kinderen op kamp zie spelen in de wei naast het pad. Ze slapen met zijn tienen op veldbedden in grote tenten en sjorren van alles in elkaar.

Wat zoeken om het pad rond het meer van Amaury te vinden. Er drijven jagershutjes op het water. Ik stap naast een brede sloot en kom uit in Vieux Condé. 18 u, ik heb geluk. De Lidl op de hoek is nog open. Inkopen gedaan voor morgen: 14 juillet ! Wat smaakt dat frisse blikje cola!

Het volgende stadje is Condé-sur-l’ Escaut , ooit versterkt door Vauban. Eindelijk om 19.15 u kom ik aan bij de St-Wasnonkerk. In de presbytère ernaast kan ik slapen, maar ik geraak niet binnen. Ik begin mijn dagboek te schrijven op de trap. De mevrouw van er recht tegenover die het hek ‘s avonds sluit, houdt mij gezelschap. Ze vertelt honderduit over de populaire Afrikaanse abbé Armand. Hij arriveert om 19.45 u . We maken samen het bed op en hij zorgt voor avondeten nadien. Deken Marc Beaumont komt nog even kennismaken. Hij was het die het verblijf in de pastorie en ook dat van morgen geregeld heeft ( afgekondigd vanaf de kansel of er iemand een pelgrim wou opvangen in Sebourg ). Vooraf zegent abbé Armand het eten en bidt hij voor mij en mijn familie: Roland en de kinderen. Ontroerend! Er is fruitsap als aperitief, jonge aardappelen en kip met een glas rode wijn, kaas en een perzik. Lekker! Afwassen hoeven we niet te doen, dat is het werk van de vaatwas! Abbé Armand komt uit Congo Brazzaville. Hij speelt djembé tijdens zijn diensten. Opwekkend! Hij is al 9 jaar in Condé, in september verhuist hij naar een kleine parochie Avesnes-sur-Helpe in de Avesnois. Ze zullen hem hier missen! Bedankt abbé Armand voor het gastvrije onthaal. Hijzelf vindt dat maar normaal … Zijn devies luidt: ‘Dieu aime celui qui donne avec joie’ ( Paulus, Korinthiërs).